10-02-11

Bestemmingsplan lot!!!

 

 

                                                                                    

De opvatting van de bestaanscontingentie staat lijnrecht tegenover de overtuiging van de lotsbestemming die leeft in verschillende wereldreligies. De christelijke traditie kent het begrip ‘goddelijke voorzienigheid’: God heeft een bestemmingsplan met zijn Schepping in het algemeen en ieder individu in het bijzonder. Sommige christenen zien iedere gebeurtenis in hun leven als een vorm van goddelijke voorzienigheid. Volgens deze gelovigen ‘stuurt’ God hun leven in de richting van de bedoeling ervan.

 

                                      

                                                                                               

Het is een verplichte cursus. Alleen de tijd waarop je hem doet, staat jou vrij. Vrije  wil betekent niet dat jij het leerplan kunt vaststellen. Het betekent alleen dat je kunt kiezen wat je op een bepaald moment wilt doen

 

 

                                                                                               

Priester:   Wat er in een mensenleven gebeurt, staat al geschreven. De mens moet door  het leven bewegen zoals zijn   lotsbestemming het wil.

            - Oude man: Ja, en ieder mens is vrij om te leven zoals hij verkiest. Hoewel ze tegengesteld lijken, beide zijn waar. (lacht….) Ik begrijp het niet…

 

 

De oude man kan het verstandelijk niet be-grijpen, maar er is een innerlijk weten in hem dat zegt dat beide opvattingen waar zijn.

 

 

 

 

 

 

“Een rivier, die vanuit zijn bron in de bergen door allerlei landschappen stroomde, bereikte eindelijk het zand van de woestijn. Hij had al vele hindernissen gepasseerd en probeerde nu ook de woestijn te doorkruisen. Maar hij merkte dat zijn water wegzakte in het zand, hoe snel hij ook stroomde. Toch was de rivier ervan overtuigd dat het zijn bestemming was om de woestijn te doorkruisen. Maar er leek geen weg te zijn. Het zand slorpte gulzig al het water op.

 

Nu fluisterde een verborgen stem die uit het zand zelf kwam: 'Zoals de wind de woestijn kan oversteken, zo kan de rivier het ook.' Dit kon de rivier niet geloven. De wind kan vliegen en zo de woestijn oversteken. Maar een rivier kan alleen maar stromen.

 

De stem uit het zand zei: 'Toch kun jij ook vliegen, als je dat wilt. Je moet je door de wind laten opnemen, en die draagt je over de woestijn heen naar je bestemming.' Dit idee kon de stroom niet aanvaarden. Zich laten opnemen door de wind en zich laten dragen? Hij wilde zijn persoonlijkheid niet verliezen. Zijn eigen ik zou helemaal verdampen! Goed beschouwd zou hij dan geen rivier meer zijn, want een rivier stroomt op eigen kracht.

 

'Maar wat wil je dan?' zei de stem. 'Als je hier blijft stromen, zul je of helemaal verdwijnen in het zand of je zult een modderpoel worden! Je moet je laten meenemen door de wind; die draagt je over de woestijn en laat je dan weer los. Daarginds, in de bergen, zal hij je als regen laten vallen en zo wordt je weer tot stromend water. Je geeft jezelf nu prijs als rivier, maar het wezenlijke deel van je wordt meegedragen en zal straks opnieuw tot levend water worden.'

 

Zo sprak de stem tot de rivier, en toen gaf de rivier zijn damp over aan de armen van de wind die hem teder en gemakkelijk omhoog droeg door de lucht, en hem vervolgens vele mijlen verderop, in de bergen, zachtjes liet vallen als een regen die de aarde drenkt. Daarom wordt er gezegd dat de levensstroom zijn reis alleen kan voortzetten, als hij zich laat meenemen door de wind.”

 

  

 

Wanneer de hemel laag en zwaar drukt als een deksel

Op de kreunende geest, ten prooi aan lange verveling,

En hij vanaf de horizon die de hele cirkel omhelst

Over ons een dag giet die nog triester is dan de nachten;

 

Wanneer de aarde veranderd is in een vochtig cachot,

Waar de Hoop, als een vleermuis,

Wegvliegt met zijn verlegen vleugel fladderend tegen muren,

En zijn hoofd stotend tegen verrotte plafonds;

 

Wanneer de regen zijn immense sluiers uitspreidt,

Tralies van een immense gevangenis imiterend

En een zwijgend volk van infame spinnen

Zijn netten spant in het diepst van onze hersenen,

 

Springen ineens klokken op in razernij

En lanceren een afschuwelijk gehuil naar de hemel,

Net als zwervende geesten zonder vaderland

Die halsstarrig beginnen te kermen.

 

 En lange lijkwagens, zonder tamboer noch muziek,

Passeren langzaam in mijn ziel; de Hoop,

Overwonnen, huilt, en de vreselijke despotische Angst,

Plant zijn zwarte vlag op mijn voorovergebogen schedel.

 

 

13:37 Gepost door enscho | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.