27-03-10

Negen ontwikkelingsfasen van Ken Wilber.

De negen scharnierpunten van de persoonlijkheidsontwikkeling

  De prepersoonlijke niveaus

De eerste fase vangt aan bij de geboorte van het kind. Bij die gebeurtenis ondervindt het kind een maximale lichamelijke stress (lichamelijk gebeurt er van alles, er moet bv. geademd worden, de omgeving is licht, koud en lawaaiig). Na de symbiose tijdens de baarmoederfase is het uitermate belangrijk voor het kind om weer in de veilige moederarmen te komen, haar stem te horen en de hartenklop te voelen. In de loop van het eerste jaar maakt het kind een rouwproces door over het feit dat zijn eigen lichaam en dat van moeder twee verschillende grootheden zijn die los staan van elkaar. Dit roept in eerste instantie angst, woede en verdriet op. Tijdens dit proces leert het kind het onderscheid tussen het subject van zijn eigen lichaam en het object van moeders lichaam te maken.
Dit is het eerst scharnierpunt van de menselijke ontwikkeling: rouwen over de verloren gegane lichamelijke symbiose en de progressieve ontwikkeling van: dit is mijn lijf en dat is het lijf van moeder, en als ik roep of huil dan komt ze naar mij toe. Als dit proces niet goed doorlopen wordt ontstaat hieruit de mogelijke wortel van een latere psychose.

Het tweede scharnierpunt rond het tweede jaar behelst de bewustwording van het kind dat zijn gevoelens en emoties niet dezelfde zijn als die van de moeder. Dit roept net als bij het eerste scharnierpunt angst, woede en verdriet op. Hierna kan het kind onderscheiden maken tussen zijn eigen gevoel en dat van moeder. Als dat niet goed lukt, ligt hier de kern voor een latere persoonlijkheidsstoornis. Een dergelijk probleem ontstaat als de omgeving voortdurend het gevoel van een kind afkeurt of ontkent, belachelijk maakt of bagatelliseert.

Op het derde scharnierpunt gaat het kind beseffen dat niet iedereen hetzelfde denkt als hijzelf: Het merkt dat niet iedereen hetzelfde denkt over “mijn papa is de grootste en sterkste man van de wereld”. Opnieuw: woede, angst, verdriet bij deze ontdekking. Daarna vindt integratie plaats op een hoger niveau: het kunnen onderscheiden dat niet iedereen hetzelfde denkt en dat dit OK is. Als dit niet gebeurt, ontstaat hier de wortel van een neurose.
Tot zover de prepersoonlijke niveaus.

  De persoonlijkheidsniveaus

Het vierde scharnierpunt behelst de ontwikkeling van het bewustzijn van regels, rollen en normen. Ook dit roept weer heftige emoties op, waarna het kind leert zich verschillende rollen met bijbehorende regels en taken eigen te maken. Als het goed is zijn die aan ontwikkeling onderhevig en merkt het kind dat ook. Als twee jarige mag het niet aan lucifers komen, als 6 jarige wel als mamma erbij is om een kaars aan te steken en als 10 jarige weet het kind wat het alleen kan doen. Als deze fase niet goed wordt afgesloten ontstaan de problemen waar Eric Berne het over heeft: “games that people play” .

Het vijfde scharnierpunt gaat over de ontwikkeling van abstract denken in de pubertijd: de ontwikkeling van een eigen persoonlijkheid. Alles wordt ter discussie gesteld, elk dogma, elke regel, elke vorm. Hoe reageert de omgeving hierop? Met repressie, angst, ontzetting, of helpt de omgeving nieuwe regels te ontwikkelen en normen bij te stellen? Hieruit kan de ‘rijpe persoonlijkheid’ ontstaan, die in staat is vanuit een eigen referentiekader normen en waarden te ontwikkelen. Wie deze fase niet goed afsluit blijft hangen in dogma’s en onwrikbare meningen.

Het zesde scharnierpunt, het visioenlogische, behelst de kernvraag: “waartoe ben ik hier, wat is de zin van mijn leven, wat is hiervoor en wat is hierna?” Wordt op het vorige niveau vooral gebruikt gemaakt van het denken, op dit nieuwe niveau vindt integratie plaats van denken, voelen. De waarneming gebeurt vanuit alles wat de mens ter beschikking staat, dus ook de intuïtie. Wie hier niet goed doorkomt, ziet alleen maar een gapend gat van zinloosheid.
Tot zover de persoonlijkheidsniveaus.

  De transpersoonlijke niveaus

Het zevende scharnierpunt leidt tot het eerste van de transpersoonlijke niveaus. Een toegang hiertoe is de beoefening van meditatie wat kan leiden tot vormen van natuurmystiek. Hierin wordt een volledige eenheid met de natuur ervaren, die de lichaamsgrenzen overstijgt. Alle verworvenheden van de vorige fasen blijven beschikbaar, dus ook het denken. Tegelijkertijd wordt het bewustzijn steeds groter.

Op het achtste scharnierpunt opent zich de mogelijkheid door middel van een bewuste afstemming een eenheidsgevoel te ervaren, dat voorbij alle vormen gaat. Dit kan gebeuren via meditatie, een gezang, gebed of herhaling van een mantram. Mystici van alle tijden hebben dit ieder op hun eigen wijze beschreven.

Het negende niveau is dat van de meesters die verlichting hebben bereikt zoals Boeddha, Jezus, en huidige spirituele meesters. Mensen als Ph. Atwater zien dit als een bewustzijn, dat vergelijkbaar is met dat van mensen die een bijna doods ervaring  hebben gehad (zie Ph. Atwater: “Terugkeer naar het Leven” en “Naar het licht”).

Elk scharnierpunt kent ook op dit transpersoonlijke niveau zijn eigen problemen. Eén daarvan is de terugkeer uit de mystieke ervaring, die vaak gepaard gaat met gevoelens van een enorm verlies. Op het achtste scharnierpunt kan dat bijvoorbeeld leiden tot extreme vormen van wereldverzaking en ascese.

 

13:00 Gepost door enscho in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.